De lijdensweek is de week waarin de kerk het lijden van onze Heer Jezus Christus herdenkt en viert. De week waarin onze Heer geleden heeft om ons te verlossen en te redden van de eeuwige dood.
De Kerk noemt deze week het Pascha. De letterlijke betekenis van dit woord is Passover, of het oversteken, of het erdoorheen gaan. Precies zoals het volk Israël de Rode Zee overgestoken heeft en ook zoals de verderver aan de huizen van het volk voorbij was gegaan nadat zij de deurposten en de bovendorpel met het bloed van hun offer bestreken hadden. (Exodus 12:23). Ook wij door het kostbare bloed van onze Christus, steken over in het water van het doopsel; dan worden wij gered van de eeuwige dood en leven met Hem in het eeuwige Koninkrijk. Net zoals Mozes het volk heeft doen oversteken door zijn staf, die de zee in tweeën splitsten, zo heeft ook onze Heer ons met Zijn staf (het Kruis) doen oversteken naar het beloofde land.
Elke dag is ingedeeld in ochtenddienst en avonddienst, elke dienst is ingedeeld in vijf uren in de ochtend en vijf in de avond; het eerste, derde, zesde, negende en elfde uur (zoals de indeling van de Agbeya). Op Goede Vrijdag wordt het twaalfde uur toegevoegd aan het einde.
Een nieuwe dag begint met zonsondergang; derhalve wordt bijvoorbeeld de dienst van donderdagavond aangeduid als "De Nacht van Goede Vrijdag".
Alle gebeden vinden plaats buiten het heiligdom en eerste chorus (de plaats waar de diakenen tijdens de dienst staan), met uitzondering van het eerste uur van Witte Donderdag, de Eucharistieviering op Witte Donderdag, en het twaalfde uur van Goede Vrijdag. De reden hiervan is dat de Heer Jezus Christus geleden heeft en gekruisigd is buiten de heilige stad Jeruzalem, op de Schedelplaats.
Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand. Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen (Heb 13:11-13) .
Van maandag tot en met woensdag wordt geen wierook geofferd of een Eucharistieviering gehouden. In Exodus 12 staat dat het lam voor het Pascha drie dagen bewaard moest blijven; "Want ook ons paaslam is geslacht: Christus" (1Kor 5:7).
Op de tiende van deze maand zal ieder voor zich een stuk kleinvee nemen, of een stuk kleinvee per gezin. Maar indien een gezin te klein is voor een stuk kleinvee, dan zullen hij en de naaste buurman van zijn gezin er een nemen, naar het aantal personen; gij zult bij het stuk kleinvee rekenen met ieders behoefte. Een gaaf, mannelijk, eenjarig stuk kleinvee moet gij nemen; gij kunt dit nemen van de schapen of van de geiten. En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand (Ex 3:6) .
In deze week zijn de psalmen en gebeden uit de Agbeya vervangen door de Lofzang van het Pascha (Aan U zij de Kracht en de glorie en de eer en de roem in alle eeuwen, Amen, Emanuel, onze God en Onze Koning), want de psalmen zijn van vol van profetische vertellingen over alle fasen van het leven van Christus, en in de Lijdensweek concentreren wij ons alleen op Zijn lijden.
De lessenaar wordt omhuld in zwarte doeken, en de pilaren eveneens. De icoon van de Heer Jezus met de doornenkroon wordt midden voorin de kerk geplaatst en daarvoor drie kaarsen; een symbool van het Oude Testament, Nieuwe Testament en de Psalmen.
Volgens de ritus wordt het Evangelie volgens St. Mattheüs gelezen op dinsdag, St. Marcus op woensdag, St. Lucas op donderdag en St. Johannes op zondag. De lezer moet in een staat van vasten verkeren.
Vanaf het gebed van de nacht van woensdag, tot de liturgie van de Nacht van de Apocalyps, groeten de geestelijken en gelovigen elkaar niet. Dit ter herinnering aan de verraderlijke kus van Judas.
De lijdensweek begint op Palmzondag en eindigt met het Glorieuze Verrijzenisfeest van onze Heer. |